Grote wetenschappers

Zolang er mensen zijn, kijken ze ook al naar de sterren. Vroeger heette een sterrenkundige astroloog, en dacht men dat je aan de hand van de sterren de toekomst kon voorspellen. Ook nu zijn er nog mensen die dat proberen. Wat men vroeger nog niet wist was waar de Aarde nu precies stond in het universum (heelal). Draaide alles nu om de Aarde, of draaide alles om de Zon, en was de Aarde plat, zodat men er af kon vallen? Er waren mensen die hier een antwoord op hadden! We zetten de grote wetenschappers voor jou op een rijtje.

Nikolaas Copernicus
Copernicus was een Poolse monnik, hij leefde van 1473 tot 1543. Hij dacht dat de Aarde niet plat was, maar rond. Ook dacht hij dat de Aarde om de Zon draaide en niet andersom, want dat dacht men toen nog. Vooral koningen en geestelijken vonden deze beweringen niet leuk. Volgens hun stond de Aarde toch echt in het middelpunt van het heelal.Toch bleek later dat Copernicus gelijk had. Dat was erg knap van hem in een tijd dat men nog geen computers en telescopen had om alles uit te rekenen en te bekijken.
  Galileo Galilei
In de middeleeuwen dacht men dus echt dat de Aarde een platte pannenkoek was waar men af kon vallen. Nu lachen we erom, maar toen wist men niet beter. Maar toen kwam de sterrenkijker. De Italiaan Galileo Galilei (1564 – 1642) was de eerste die met zo’n kijker de hemel bestudeerde. Hij zag de kraters op de Maan, en ontdekte de manen bij Jupiter. Het was natuurlijk een simpel kijkertje. Een koker met aan het eind een soort brillenglas. Ook Galilei dacht dat de Aarde rond de Zon draaide. De katholieke kerk (de paus) had hier veel moeite mee. Arme Galileo mocht dan ook niet meer aan sterrenkunde doen, en stierf in bittere armoede. Jaren later (in de jaren 80 van de vorige eeuw) zag de kerk z’n fout pas in, en verklaarde Galileo Galilei heilig.
  Isaac Newton
Waarom valt een appel van een boom naar beneden en niet omhoog? Dit was een vraag die Isaac Newton zich zelf stelde. Isaac was een Engelsman die leefde van 1642 – 1727. Hij was al op de hoogte van het werk van Copernicus en Galilei en vond dat ze gelijk hadden. Hij dacht veel na over zwaartekracht. Zwaartekracht zorgt ervoor dat alles naar de Aarde valt. Of het nu een stok is, een vliegtuig of een huis, alles valt terug naar de Aarde. Dus begreep Newton ook waarom alle planeten om de Zon draaien en niet wegzweven. Ook ontdekte Newton dat licht uit verschillende kleuren bestaat. Kijk maar eens naar een  regenboog, doordat het zonlicht door regendruppeltjes heengaat, breekt het licht en zien we verschillende kleuren.
  Albert Einstein
Albert Einstein (1879 – 1955) was een Duits – Amerikaans natuurkundige. Hij ontwikkelde speciale theorieën zoals de algemene relativiteitstheorie. Theorieën die gingen over reizen in de tijd. Hij dacht namelijk dat als je sneller ging dan het licht (300.000 km per/sec), je kon reizen in de tijd. Einstein is één van de grootste wetenschappers van de laatste eeuw.
  Stephen Hawking
De Britse wetenschapper Stephen Hawking (geboren in 1942) is z’n hele leven al bezig met vragen als: Waar komen we vandaan? Hoe begon het universum? Waarom is het universum zoals het is? Hoe komt het universum aan z’n eind? Het meeste van z’n werk doet hij vanuit een rolstoel. Hij heeft de ziekte van Gehrig (een spierziekte). Hij is professor aan de Universiteit van Gambridge, waar ooit ook Isaac Newton professor was. Hij schreef het boek “a brief history of time” een bestseller.

 

 

Print Friendly, PDF & Email