
| De eerste die met een telescoop de hemel bestudeerde was Galileo Galilei rond 1610 (afbeelding hier naast). Natuurlijk was dit een kleine telescoop (tele = ver, scoop = kijken). Later werden er natuurlijk grotere kijkers gebouwd. Denk maar eens aan de Hubble Space telescoop. Deze telescoop draait in een baan om de Aarde omdat hij dan geen last heeft van de dampkring. Dat is trouwens ook de reden dat grote telescopen vaak op hoge bergen staan. Daar hebben ze minder last van de wolken, en is de dampkring al wat dunner. |
![]() | De lenzentelescoop De lenzenkijker ken je vast wel. Hiernaast zie je een lenzenkijker afgebeeld. Het licht van b.v. de Maan komt voor in de buis en gaat door de lens naar het achterste dunne buisje. Hierin zit het oculair. Dit oculair kun je verwisselen, zo kun je de vergroting aanpassen. De vergroting is o.a. afhankelijk van de diameter van het objectief en het oculair. Laat je niet verleiden door advertenties die aangeven dat er wel vergrotingen van 800 x mogelijk zijn, want vooral bij kleine telescopen is dit onzin. Wil je een lenzentelescoop aanschaffen begin dan bij één met een objectief van 60 mm, liever nog iets groter. Laat je niet afschrikken door internetsites die je vertellen dat je bepaalde telescopen vooral niet moet kopen. Wat dat betreft is het net een auto, betaal je minder dan krijg je ook een mindere kwaliteit. |
| De spiegeltelescoop De spiegelkijker werk iets anders. Er zit geen lens in maar een holle spiegel. Deze spiegel lijkt wel iets op een make-up spiegel, die zijn vaak ook hol en vergroten al iets. Het licht valt op de spiegel, wordt teruggekaatst en valt op een klein vlak spiegeltje voor in de telescoop, om dan met een bochtje in het oculair te komen waar je het beeld kunt zien. Spiegeltelescopen worden veel gemaakt, omdat ze makkelijk te bouwen zijn. Vooral de grote telescopen zijn meestal spiegeltelescopen. Een 11 cm spiegeltelescoop is een goed instrument om mee te beginnen. |
De lichtbaan door een lenzenkijker |
De lichtbaan door een spiegelijker |