Met Sterre en Maantje naar de sterren

Het is avond. Sterre en Maantje liggen in hun bed te wachten op hun papa, die hun nog een verhaaltje moet komen vertellen. ‘Wat duurt dat toch lang’ zegt Sterre tegen Maantje. ‘Kom op we gaan eens kijken waar hij blijft’. Ze huppen hun bedjes uit op zoek naar hun vader. Ze lopen heel zachtjes de trap af naar beneden. Ze zoeken overal, in de keuken, ik de kamer, nergens kunnen ze ook maar een spoor vinden van hun papa. ‘Waar zit hij toch’ vragen ze zich af. Opeens horen ze van buiten een hels kabaal. Klink, klang, klong gaat het. ‘Hé wat is dat nou weer?’.  Heel stiekem kijken ze door het raam naar buiten en zien hun papa bij een vreemd apparaat aan het werk. Ze doen de deur open, en lopen de tuin in. Papa schrikt als hij de twee ineens ziet staan. “Uh…ja…uh…horen jullie niet in bed te liggen?’ vraagt hij een beetje geschrokken. ‘Wij lagen in ons bed te wachten, maar u kwam niet, u zou ons een verhaaltje komen vertellen,’ zegt Sterre een beetje verdrietig. ‘Och ja maar natuurlijk, helemaal vergeten,’ zegt hij een beetje beduusd.

Sterre en Maantje kijken naar het vreemde apparaat dat papa aan het bouwen is. Het lijkt wel een beetje op een raket. Zo’n ding waarmee je naar de sterren kunt vliegen. ‘Mooi hé,’ zegt papa. ‘Zelf gemaakt, heb ik in de garage in elkaar gezet, en nu staat hij hier in de tuin, klaar voor vertrek.’ ‘Uh, klaar voor vertrek,’vraagt Maantje zich af. ‘Ja, zie je dan niet wat het is?’ Roept vader een beetje teleurgesteld. ‘Het is een raket !!!’. Roepen de kinderen in koor. ‘Een raket waarmee je naar de sterren kunt vliegen, en naar de Maan en de Zon’. ‘Helemaal goed,’ zegt papa. ‘En jullie hebben geluk, want hij is klaar voor vertrek, stap maar in.’ Via een trapje klimmen ze naar boven, daar helemaal bovenin zit een piepklein deurtje, en via het deurtje klauteren ze naar binnen. ‘Wow’ roep Maantje, ‘wat een knopjes en felle lichtjes’.

‘Papa waar zijn die allemaal voor?’ wil Sterre weten. ‘Als je er maar met je vingers van afblijft’ is het antwoord van papa. ‘Ga maar in die stoelen zitten en wacht dan maar rustig af,’ moppert papa. De stoelen zitten lekker, ook papa neemt plaats in een stoel. ‘Riemen vast,’ roept hij. Hij drukt op wat knopjes, allerlei lampjes beginnen te branden. Dan drukt hij een grote hendel naar voren. De raket begint te schudden en te brullen. ‘Wow,’ schreeuwt Sterre, ‘volgens mij gaan we de lucht in.’ Ze kijken gespannen door de raampjes naar buiten en inderdaad ze zien hun huis onder zich verdwijnen. Alles is nu veel kleiner, piepklein zelfs. Al snel kunnen ze hun huis, ja zelfs hun straat niet meer zien.

Ze gaan steeds hoger en hoger, en zien in de verte een grote grijze bol. ‘Hahaaaa, we gaan naar de Maan,’ roept Maantje met een grote lach. ‘Klopt,’ zegt papa. ‘De Maan is een grote bol van rotsen, stenen en zand. Hij is veel kleiner dan de Aarde. Misschien weet je wel dat je op de Maan een beetje raar loopt, je bent net een waggelende eend. Dat komt omdat de Maan kleiner is dan de Aarde. Het is net zoals met een magneet, een grote magneet trekt meer aan dan een kleine magneet. Dus de Maan trekt iets minder hard aan jou dan de Aarde. Daarom loop je zo vreemd op de Maan, en kun je er iets hoger springen dan op de Aarde’.

Ze vliegen de Maan voorbij op weg naar een grote, heldere, gele, maar vooral ook een hete bol. Sterre kijkt met grote ogen naar deze bol. ‘Het is de Zon’ roept ze vol verwondering. ‘Dat hebben we net op school gehad. De Zon is eigenlijk een ster, net als al die andere sterren die we aan de hemel zien staan. Maar omdat de Zon zo dicht bij de Aarde staat, kunnen we hem zo goed zien.’ ‘Dat is helemaal goed,’ zegt papa. ‘Je moet ook altijd een beetje oppassen als je naar de Zon kijkt. Omdat hij zo fel is, kun je zelfs blind worden, je moet dus erg voorzichtig zijn’. Ze laten de Zon lekker schijnen, en vliegen verder en verder. De Aarde is nu een piepklein bolletje, en de Maan is nauwelijks nog te zien. Verder en verder gaat de reis. Ineens zien ze in de verte een bolletje dat er een beetje vreemd uitziet.

‘Wat is dat nou weer voor een ding?’ wil Maantje weten. Papa weet natuurlijk weer het antwoord. ‘Dat bolletje is Saturnus, ook een planeet net als de Aarde, en dat vreemde ding eromheen is een ring van stenen en grote brokken ijs. Die ring zweeft om de planeet en is prachtig om te zien’. Sterre en Maantje worden er stil van, zo mooi.

Papa geeft nog wat extra gas, zodat ze nog harder gaan. Om zich heen zien ze heel veel sterren, en ineens is daar een ster met een staart. ‘He, hoe kan dat nou weer?’ roept Sterre. ‘Ik zie een ster met een staart.’ Jaja, dat dacht ik al wel,’ zegt papa vrolijk, ‘een ster met een staart noemen we ook wel een komeet. Eigenlijk is het helemaal geen ster, maar een enorme vieze vuile sneeuwbal. De sneeuwbal draait rondjes om de Zon. Wat zou er nu gebeuren als de sneeuwbal te dicht bij de Zon komt?’. ‘Ik weet het,’ roept Maantje, ‘dan gaat hij smelten net als onze sneeuwpop die we laatst hebben gemaakt.’ ‘Helemaal goed,’ zegt papa vol trots. ‘Als de komeet gaat smelten dan krijg je zo’n mooie staart te zien.’

‘Papa er is toch ook een rode planeet?’ vraagt Sterre. ‘Een rode planeet, hoe kom je daar nou weer bij?’ roept papa. ‘Papaaaaaaaaaaa, dat is zo, roept Maantje een beetje boos.’ ‘Haha ik plaag jullie maar een beetje hoor’. Inderdaad er is een rode planeet, de planeet van de Marsmannetjes’. ‘Mars!!’ roepen de kinderen allebei tegelijk. ‘Daar willen we graag naar toe, mag dat?‘ ‘Oké, dan vliegen we nu meteen door naar de rode planeet Mars, daar gaan we,’ roept papa.

Mars komt in zicht, een rood bolletje dat alsmaar groter wordt. ‘Vroeger dachten ze dat erop Mars Marsmannetjes woonden. Nu weten we wel beter,’ legt papa uit. Marsmannetjes bestaan niet. We denken wel dat er misschien leven op Mars is geweest, maar dit was zo klein dat je het bijna niet kunt zien. Er zijn wel speciale Marsrobots die zoeken naar leven, maar ze hebben nog niks gevonden. Kijk daar staat zo’n Marsrobot. Hij rijdt over de planeet, en zoekt met speciale camera’s en apparatuur de Mars bodem af.’ ‘Haha, dat kan helemaal niet’ roept Sterre. ‘Waarom niet,’vraagt papa. ‘Dat ding is veel te klein, daar zit toch niemand in,’ roept Sterre terug. Papa begint te lachen. ‘Daarom noemen we het ook een robot, daar hoeft niemand in te zitten. Robots kunnen zichzelf besturen met een beetje hulp vanaf de Aarde’.

‘Maar waarom noemen ze Mars nu de rode planeet?’ wil Maantje weten. ‘Dat komt omdat er vroeger water op Mars was, en er in de bodem van Mars veel ijzer zat. En wat krijg je als je ijzer in een bak met water gooit?’ vraagt papa. ‘Roest!’ roepen Sterre en Maantje in koor. ‘Precies, helemaal goed. IJzer kan niet tegen water want dan gaat het roesten,’ legt papa uit.

Sterre begint te geeuwen, zo moe is ze. ‘Het is al laat.’ zegt papa zachtjes. Tijd om naar huis te gaan. ‘Aah, nou al, ik wil nog niet’ zegt Maantje een beetje verdrietig. ‘Morgen weer naar school,’ plaagt papa. Dus snel weer terug, terug langs Mars, Saturnus, de mooie komeet, de Zon en langs de Maan. ‘De Aarde komt in zicht, vol gas vooruit kapitein,’ schreeuwt Sterre vol met plezier. “Pas op hou je vast,’ roept papa, ‘we duiken de dampkring van de Aarde in.’ ‘De wat?’ roept Sterre terug. “De dampkring, de lucht om de Aarde, die ons beschermt tegen de straling van de Zon,’ legt papa uit. Zoef, daar vliegt ineens een ster voorbij, en zoef nog één. ‘Vliegende sterren, ik zie vliegende sterren.’ Sterre gilt het uit van plezier. ‘Sterren kunnen niet naar de Aarde vliegen,’ legt Maantje uit. ‘Wat je ziet zijn vallende sterren, hele kleine stukjes steen die verbranden in de dampkring van de Aarde, dit komt door de wrijving’. ‘Wrijving, wat is dat nou weer’. Sterre snapt er helemaal niets meer van. Papa probeert het uit te leggen. ‘Wrijf maar eens heel hard met je handen over elkaar, dan worden je handen lekker warm. Het steentje wrijft met de lucht, de dampkring dus, van de Aarde. Dit gaat zo snel dat de lucht zo heet begint te worden dat deze gaat gloeien. Dan zie je een vallende ster.’ En dan mag je een wens doen,’ roept Sterre. ’Ik doe nu een wens, maar ik vertel mijn wens lekker niet aan jullie, want dan komt hij niet uit’, plaagt papa.

‘Hey ik zie onze straat weer, en ons huis’, zegt Sterre een beetje verdrietig. ‘Jammer dat we alweer terug zijn’. ‘Allemaal vasthouden, we gaan landen’, roept papa de piloot. Zachtjes zet hij de raket in de tuin neer. Ze klauteren weer van het trapje af. ‘Dat was toch wel een mega, cool en spannend avontuur, gaan we morgen weer?,’ wil Maantje weten. Papa begint te lachen. ‘Nou dat zien we dan wel weer’. Nu naar bed, en ga dan maar fijn dromen van al die sterretjes en planeten. Even later liggen Sterre en Maantje in hun bed. “Dat was toch wel heel erg spannend, of niet soms Sterre,’ vraagt Maantje. Sterre zegt niets. Ze is al ver weg in dromenland. Even later slaapt Maantje ook. De Maan kijkt door hun raam en lacht. Welterusten Sterre, welterusten Maantje.

Arnold Tukkers
15 maart 2007

Print Friendly, PDF & Email