Wie bedacht de jaartelling?

Elke dag kijk je diverse keren op de klok of op je horloge, zonder erbij na te denken wie de tijd heeft bedacht. Vroeger was dat niet zo. De mensen keken naar de stand van de Zon, Maan en sterren om te weten of ze naar bed moesten of dat de rogge moest worden gezaaid. Maar hoe komen we nu aan onze tijd? Wie bedacht de jaartelling? Hoe zit het nu? Onze kalender (de westerse) ziet er heel anders uit dan bijvoorbeeld de Joodse of Hindoestaanse kalender.

Onze millenniumwisseling viel in 2000, maar volgens de Joodse kalender was het toen 5760, volgens de Hindoe-kalender 2457 en volgens de Islamitische kalender was het 1421. Dat heeft alles te maken met het begin van de jaartelling, oftewel het “nulpunt”.

Ons nieuwe jaar begint op 1 januari, maar dat is zeker niet overal ter wereld zo. Bij ons begint het “nulpunt” in het geboortejaar van Christus. In de Iislam wordt de Hidjra (emigratie van de profeet Mohammed) als uitgangspunt voor de jaartelling genomen. Onze dag begint om 12.00 uur ‘s nachts. Dat vinden we normaal. Maar in de Joodse cultuur begint de dag als de Zon ondergaat, en bij de Hindoeïsten begint de dag als de Zon op komt. De Westerse (onze dus) kalender wordt momenteel vrijwel overal ter wereld gebruikt. Het is gebaseerd op het begin van het Christendom, de geboorte van Jezus Christus.

Maar het was zeker niet gemakkelijk om een jaar in te delen in maanden, dagen en uren. De Romeinen kenden eerst een kalender met twaalf maanden, gebaseerd op de cyclus van de Maan. Maar daar klopte niet veel van, omdat het verschil na een aantal jaren tot bijna een maand was, in vergelijking met de omlooptijd van de Maan om de Aarde. Daarom kregen we een schrikkelmaand ingevoerd. Je snapt het al, er klopte geen bal van. Het was Julius Caesar die in 46 voor Christus de Juliaanse kalender instelde. Hij bedacht dat het jaar voortaan zou beginnen in januari en dat er om de vier jaar een schrikkeldag zou worden ingevoerd. Men wist toen al dat een jaar 365 dagen en 6 uren telde. Dat betekende dat men eens in de vier jaar een dag extra erbij kreeg, het schrikkeljaar! Deze schrikkeldag is altijd op 29 februari. In werkelijkheid duurt een jaar echter 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 45 seconden, er ontstond weer een verschil!

Paus Gregorius

Paus Gregorius!
Paus Gregorius XIII loste dit probleem in 1582 op door de kalender 10 dagen te verzetten. Men sprong van 4 oktober zo door naar 15 oktober. Da’s lekker als je op 9 oktober jarig bent. Met deze maatregel stelde paus Gregorius XIII in 1582 de kalender in zoals we die nu kennen. De verdeling van de week in zeven dagen werd echter bedacht door keizer Theodosius die het Christendom tot de belangrijkste godsdienst verhief. De dag indelen in uren kwam pas in de middeleeuwen.

Met de uitvinding van het uurwerk, in de veertiende eeuw, werd het nog een stuk gemakkelijker: een dag bestond voortaan uit 24 uur, een uur uit 60 minuten en een minuut uit 60 seconden.

Print Friendly, PDF & Email