Kometen

Kometen zijn kleine hemellichamen die in een baan om de Zon en uit ijs, gas en stof bestaan. We noemen ze ook wel eens “vuile sneeuwballen”. Als de komeet dicht genoeg bij de Zon komt en warmer wordt sublimeert een deel van de komeet en krijgt de komeet een staart. Sublimeren is een fase tussen bevroren en gas in. Soms hebben kometen twee staarten, een plasmastaart en een stofstaart. De komeetkern kan een doorsnede hebben van 1 tot 70 kilometer. De lengte van de gaswolk om de komeet, de coma, kan soms tot een miljoen kilometer groot zijn. De zonnewind zorgt ervoor dat de staart van de Zon afwijst.

Baan van een komeet om de Zon.

Waar komen ze vandaan?
Kometen komen ook vaak uit een plek die nog verder weg ligt dan de planeet Neptunus. We noemen die plek de Oortwolk. Een enorme wolk die vol zit met grote en kleine kometen, een kometenwolk dus. Het lijkt een beetje op een schil van een sinaasappel. De Zon is de pit, de planeten zitten in het vruchtvlees, en de schil is de komeetwolk.  Af en toe komt er een komeet los, en komt om een baan om de Zon, zoals Hale-Bopp (1997) en Hyakutake (1996).

Hyakutake in 1996 (foto R. Schievink en C. Johannink).

 

De eerste die dacht dat kometen om de Zon draaiden was Edmund Halley (van de beroemde komeet), dit was rond 1670. En hij had gelijk, want het was zijn komeet die in de kerstnacht 1785 (Halley was al overleden) opnieuw verscheen, en sindsdien weten we dat kometen kunnen terugkeren.

Brengen ze onheil?
Vroeger dacht men dat door kometen allerlei ziekten op Aarde kwamen waardoor o.a. koningen stierven. Daarom kregen tovenaars de opdracht om de komeet te betoveren in iets goeds. Onzin natuurlijk, maar ja dat wisten ze toen nog niet!

Komeet Hale-Bopp (1997)

 

 

Print Friendly, PDF & Email